Gitaar

Een gitaar bespeel je door met je vingers te tokkelen over de snaren. Het is daarom familie van de getokkelde snaarinstrumenten. Je kan met de gitaar klassieke muziek spelen, maar ook bijvoorbeeld pop en rock (zie ook elektrische gitaar in de richting jazz-pop-rock). Met de gitaar kan je in een ensemble spelen samen met andere gitaristen. Het gitaarkwartet komt vaak voor, maar er zijn ook grotere groepen en dan spreken we van een gitaarorkest. Je kan ook met andere instrumenten samenspelen zoals viool, fluit en met een zanger(es).

Een klassieke gitaar is doorgaans 95 centimeter lang en 65 centimeter breed, maar de grootte kan afhangen van de constructie en van het instrument. Het is beter om te denken in maten: 1/4, 1/2, 3/4, 7/8 of een hele gitaar (4/4). De jongste muzikanten beginnen doorgaans met een 3/4 gitaar en gaan dan geleidelijk over op een 4/4. Het gewicht is afhankelijk van de houtsoort, maar start vanaf 1,5 kg.

Je kan aan de academie een gitaar huren tijdens je opleiding. Dit kost je 40 euro per jaar, met een waarborg van 100 euro. Verder heb je een lesboek (20 euro), voetsteun (10 euro) en notenstaander (20 euro) nodig. Een nieuwe gitaar met draagzak koop je vanaf 150 euro.

Weetje: de gitaar zoals we ze vandaag kennen, is ontstaan in de 19de eeuw. Ervoor hadden deze instrumenten 5 snaren en waren ze niet luid genoeg voor in een grotere zaal. In de 19de eeuw werden ze luider en werd het instrument met 6 snaren heel gebruikelijk.